Laaggeletterdheid heeft grote gevolgen op diverse terreinen

2,5 miljoen volwassenen in Nederland hebben moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden, waardoor zij niet zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij. Dit verschijnsel staat bekend als laaggeletterdheid. Deze Nederlanders zijn geen analfabeet, maar beheersen gewoonweg het taalniveau – mbo-2/3 – niet, dat nodig is om mee te kunnen doen in de maatschappij. Daardoor hebben zij minder kansen op de arbeidsmarkt, beperkte grip op geldzaken en een slechtere gezondheid. Wat weer kan leiden tot (psychische) problemen. Laaggeletterdheid wordt vaak van generatie op generatie overgedragen en is dikwijls het gevolg van gemist onderwijs, een taalarme jeugd, een taalachterstand of sociaaleconomische factoren. Josien Tonneijck deed in het kader van haar studie onderzoek naar laaggeletterdheid.

Josien (1980) groeide op in Wageningen. Haar ouders scheidden, toen zij vier jaar was. Zij behaalde als zestienjarig al een HAVO-diploma, daarom koos zij er voor nog twee jaar naar het VWO te gaan. Hiervan heeft ze geen diploma, wel certificaten. Helemaal niet erg, want een opleiding op de universiteit had niet haar voorkeur.  Na de middelbare school nam Josien een tussenjaar, waarin ze werkte en door Amerika en Zuid-Afrika reisde.
Na haar studie HBO Sport- en Entertainmentmarketing kon zij helaas geen passend werk vinden, Ze werkte vervolgens een aantal jaar op kantoor, met een burn-out als resultaat. Eenmaal hersteld besloot Josien een HBO-studie Social Work te gaan volgen. Momenteel zoekt zij nog werk op dit gebied.

Kun je iets vertellen over je onderzoek? Hoe kom je hiertoe?

“Tijdens de laatste twee jaar van mijn opleiding Social Work liep ik stage bij een buurtteam in Utrecht. Ik moest als stagiaire een aantal e-learning cursussen volgen, waaronder één van de stichting Lezen en Schrijven over laaggeletterdheid. In deze cursus vertelde een opa dat hij – na het volgen van Nederlandse les – zo blij en gelukkig was om nu zijn eigen kleinkind te kunnen voorlezen. Dit verraste mij erg: ik dacht écht, dat alle opa’s en oma’s zoiets wel deden. Hoezo? We wonen toch in een land waar iedereen kan lezen?! Afspraken maken op een tijdstip anders dan het hele of halve uur met iemand met laaggeletterdheid, blijken voor problemen te kunnen zorgen. Op het moment dat ik ergens tijdens zo’n e-learning daarover las, liep er net een collega langs. Zij liet zich tegen een collega ontvallen: “Deze cliënt komt meestal niet of te laat.” Ik dacht toen meteen: te laat of helemaal niet komen kan dus een signaal zijn van laaggeletterdheid. En het heeft niet altijd te maken met het ontbreken van de ‘intrinsieke motivatie’ – om maar een Social Work term te gebruiken -. Op dat moment besloot ik hier dieper in te duiken.”

Waar valt jouw mond van open? Wat had je niet verwacht?

“Hoe meer ik me in dit onderwerp verdiepte, hoe groter mijn verbazing werd: heeft 1 op de 6 Nederlanders (nu 1 op de 5) echt moeite met lezen en schrijven? Dat betekent dat ik er – statistisch gezien – eveneens een aantal moet kennen. Heeft van deze laaggeletterden werkelijk ruim de helft Nederlands als moedertaal? En tot slot: is er binnen de welzijnswereld daadwerkelijk sprake van een blinde vlek voor deze groep? Zo rolde ik van de ene in de andere verbazing. Uiteindelijk deed ik er bij Versa Welzijn in Hilversum mijn afstudeeronderzoek naar – met de focus op beperkte gezondheidsvaardigheden in combinatie met signalen van laaggeletterdheid.”

Welk verhaal/feit/voorval uit je onderzoek heeft indruk op je gemaakt?

“Meerdere! Zo gaf ik samen met een persoon met laaggeletterdheid, een college aan studenten Social Work op de Hogeschool Utrecht. Tijdens het voorbereiden gebruikte ik het woord ‘slide’ voor onze presentatie: ze was er niet mee bekend. Dit deed me beseffen hoeveel Engelse/anderstalige woorden er gebruikt worden in de Nederlandse taal. En dat veel mensen daar moeite mee hebben.
Verder keek ik mee – via een Virtual Reality-bril – hoeveel moeite het een vader met laaggeletterdheid kostte om bij de apotheek medicatie voor zijn dochter af te halen. En dan de blikken van ongeloof van mensen aan wie ik over het onderzoek vertel en daarbij wat aantallen noem. Zelf kon ik het ook niet geloven, toen ik hoorde dat het niet meer over 1 op de 6, maar tegenwoordig over ongeveer 1 op de 5 mensen gaat!”

Welke droombaan zou je nu willen hebben?

“In de toekomst zou ik graag zien dat professionals de mogelijkheid dat iemand laaggeletterd is, in gedachten houden. Let wel: ik zeg niet dat als iemand niet of te laat komt opdagen er altijd sprake is van laaggeletterdheid, maar neem het mee!
Mijn droombaan bestaat in ieder geval uit mensen helpen/begeleiden. Of dit nu een baan gaat worden via een maatjesproject tegen eenzaamheid, een gesprek bij een kopje koffie of een wandeling zodat de ander buiten komt? Ik hoop er snel achter te komen.”

Is er sprake van een relatie met armoede?

“Onderzoek heeft duidelijk gemaakt, dat ongeveer de helft (50,3%) van mensen met financiële problemen laaggeletterd is. Post wordt niet geopend, administratie niet goed bijgehouden en/of toeslagen niet aangevraagd. Hierdoor kunnen mensen met laaggeletterdheid (steeds meer) in problemen komen. Personen met laaggeletterdheid melden zich ook niet makkelijk bij de schuldhulpverlening: de weg ernaartoe wordt niet gevonden.”

Heb je zelf met armoede te maken gehad?

“Ik heb nooit bewust meegekregen dat er geldzorgen waren na de scheiding van mijn ouders. Wanneer ik er nu als volwassene op terugkijk, zie ik echter dingen die daarop wijzen. Zo kocht mijn moeder kleding voor ons bij de Zeeman. Die deed ze in een andere plastic zak om te verhullen, dat ze daar kleding kocht. En door geldgebrek konden we met mijn verjaardag niet naar de bios of het zwembad. Op mijn feestjes deden we daarentegen altijd iets leuks, iets creatiefs. Waarbij wij kinderen met goedkoop ‘materiaal’ aan de slag gingen. Bijvoorbeeld het kleuren van zout, zodat na afloop iedereen een eigen potje met die kleurtjes mee naar huis nam. Of het beschilderen van tegels, die als pannenonderzetters gebruikt konden worden. Mijn moeder had dan van tevoren aan bouwvakkers gevraagd of ze tegels, die over bleven bij een groot bouwproject mocht hebben.”

Wat is jouw lijfspreuk en waarom?

“Zoiets als: met kleine stapjes kom je er ook wel. Niet alles hoeft in één keer.  Dit is iets wat ik nu probeer toe te passen bij bijvoorbeeld het vinden van werk en verkopen op marktplaats. Voor dat laatste ben ik – denk ik – niet echt gemaakt.

Ontwerp en webdevelopment door BuroBureaux