Psychiater kan armoede niet oplossen

Psychiaters en psychologen zijn er niet om de troep van de overheid op te ruimen, aldus in het NRC van 12 april jl.

ls het gaat om het oplossen van de grote problemen in de jeugdhulp – wachtlijsten, uithuisplaatsingen, isoleercel, zelfmoorden – kijken we bijna altijd naar die jeugdhulp zelf. De fouten die daar worden gemaakt. De oplossingen die daar worden gevonden – want dat gebeurt ook. Zo is het jeugdhulporganisatie Accare gelukt om het aantal separaties (afzonderen in een isoleercel) terug te brengen van 400 per jaar in 2001 naar zo goed als geen nu. Separeren gebeurt daar nu nog hoogst zelden; een formidabele prestatie. Maar instellingen hoeven niet alle problemen op te lossen, want psychische problemen hebben vaak maatschappelijke oorzaken.

Elk kind maakt onderdeel uit van een gezin, zit op school, woont in een buurt, speelt met andere kinderen, heeft hobby’s of beoefent een sport. Gezinnen, buurten, scholen en sportverenigingen maken onderdeel uit van een wijk, een stad, een provincie. Allemaal samen maken we deel uit van Nederland, een maatschappij waarin de ongelijkheid toeneemt en de lasten en lusten steeds schever worden verdeeld. Politiek en maatschappij hebben er een handje van om de mogelijk daaruit voortvloeiende problemen die dat kan veroorzaken op psychiaters en psychologen af te schuiven.

Neem flexwerk. Nergens in Europa groeit het aantal flexwerkers zo hard als in Nederland: inmiddels tot zo’n twee miljoen. Flexwerk betekent inkomensonzekerheid en lage lonen, en daarmee woononzekerheid en, vaak, dreigende armoede. Armoede gaat regelmatig gepaard met schulden, onvoldoende geld om gezond te eten en stress. Stress kan fysieke klachten veroorzaken (hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten) en ertoe leiden dat mensen een kort lontje hebben. Hier vindt u de rest van het artikel.

 


Terug naar nieuws